Waar moet ik beginnen?

hoe schrijf ik een boek   Beginnen is gemakkelijk.  Tenzij u elke ochtend denkt: “Ja, maar alle begin is moeilijk.” Denk liever: “Miljoenen mensen hebben een boek geschreven en ik ga het lekker ook doen.”  Precies!  Mijn steun heeft u!

De beste manier om aan een boek te beginnen is dit: besluit wat uw onderwerp is. Waar gaat u nou eigenlijk een boek over schrijven? Dat is waar u steeds aan moet denken. Wat zou het toch leuk zijn om… en dan wat u daarna steeds tegen uzelf zegt.

  • de geschiedenis van uw familie
  • een terugblik op uw tijd bij het leger
  • uw levensverhaal tot hier toe
  • de biografie van iemand naar wie u zo nieuwsgierig bent (dat heb ik altijd)
  • anders

 

U moet goed beslissen wat uw onderwerp is, anders kan het overal over gaan

U moet goed beslissen wat uw onderwerp is, anders kan het overal over gaan. Dat moeten we niet hebben. Uw onderwerp kiest u puur op basis van emotie. Verlangen, nieuwsgierigheid, melancholie, woede dat het nou nog steeds niet opgeschreven is,  het kan van alles zijn. Die emotie zorgt ervoor dat u kiest. Voorbeeldje?

Ik kende de naam van Pa van der Steur al jaren. Veel wist ik niet van hem.  Ja, dat hij in Nederlands-Indië kinderen had opgevangen in zijn tehuis. En dat hij een baard had. Af en toe had ik een voormalig kind ontmoet (een “Steurtje”) en dan leek het of deze Pa een heilige was.  Eigenlijk irriteerde me dat. Heilig. Bleeeh. Zou het?

Zet uw onderwerp in een vraag

Irritatie, twijfel en nieuwsgierigheid zorgden ervoor dat ik besloot wat mijn onderwerp was. Dat zette ik in een vraag:  wie was Pa van der Steur nou echt? Dus het werd een biografie (leven en werk), en daarbij speurde ik naar nieuwe informatie.  Het boek verscheen en sommige Steurtjes werden boos omdat ik Pa niet zo heilig vond.

Nu uw onderwerp. Stel, u wilt over de familie schrijven. Probeer de vraagvorm eens uit. “Wat is mijn familiegeschiedenis?” Is dat de beste vraag? Het kan ook goed genoeg zijn om nu mee te werken, hoor.

U ziet meteen dat er nieuwe vragen ontstaan. Dat is altijd opwindend. Vragen leiden tot antwoorden, en antwoorden bevatten informatie. De vragen zijn:

  • Wie behoren er tot mijn familie? Welke mensen? Tellen huisdieren ook mee?
  • Ga ik zestien generaties terug?
  • Wat voor soort geschiedenis wil ik weten: jaartallen, feiten of wil ik de mensen als het ware leren kennen?

U ziet,  vragen, vragen, vragen. Zo komt u waar u wezen moet.

 

Zo ontdekt u wie er op uw boek zitten te wachten

wie zit er op mijn boek te wachten“Wie zit er nou op mijn verhalen te wachten?” vroeg de veteraan aan me. We waren al even in gesprek. Hij had veel meegemaakt tijdens zijn missies. Maar: “Daarover vertel ik thuis weinig. Ik doe liever leuke dingen met de kleinkinderen.”

Dus ik zei: “Schrijf het dan op.”
Hij keek afwerend. En toen zei hij: “Wie zit er nou op mijn verhalen te wachten?”  Ik vroeg: “Zou u veteranenverhalen willen lezen van honderd jaar geleden?” In zijn ogen vonkte wat. Hij knikte langzaam. Hij begon iets te begrijpen.

Er zitten mensen op uw verhaal te wachten

Er zitten mensen op uw verhaal te wachten. Dat weet ik zeker, wat uw verhaal ook is. Want:

  • u bent gewend aan uw verhaal, maar voor anderen is het nieuw
  • elk verhaal is een unieke ervaring en het voegt dus iets toe
  • er is een grote behoefte aan boeken met levenservaringen
  • over honderd jaar zijn ze u dankbaar voor het inzicht dat u biedt

Met dit kleine lijstje ontdekt u in een halve seconde wie er uw boek gaan lezen:

  • nieuwsgierige mensen (en daar zijn er heel veel van)
  • toekomstige mensen, op zoek naar kennis en informatie over nou net datgene waar uw boek over gaat
  • kinderen en kleinkinderen en neven en nichten en andere nazaten en  iedereen in de familie die wil weten wat er in dat boek van u staat

Dat gaat op voor ieder boek waarin u ervaringen van uzelf legt. Het betekent wel, dat u positiever over uzelf moet gaan denken. Dus niet denken van dat-weten-we-wel, of daar-zijn-al-zoveel-boeken-over.  Uw verhaal heeft ook waarde.

Ik ben zo’n nazaat.  Op de foto tweede van links: Jan Hofman, mijn grootvader. Het is 1943.

Van deze foto wil ik alles weten maar ik weet niets.  Wie zijn die andere mannen, waar komen ze vandaan en waar gaan ze heen?

Opa had best een schriftje kunnen volpennen van wat hij in de oorlog heeft meegemaakt. De grote dingen. En vooral die gewone alledaagse dingen, waardoor je iemand beter leert kennen. Maar ja, hij  kon zich niet voorstellen dat iemand er belangstelling voor zou hebben, terwijl hij dol was op de kleinkinderen. Ik kan hem niets meer vragen. Het is te laat.

Schrijf voordat het te laat is. Schrijf omdat er nu tijd is

Of de veteraan zijn verhalen gaat opschrijven? Grote kans van wel. Hij heeft kleinkinderen die straks nieuwsgierig worden. Als hij er zelf niet meer is, dan staan de antwoorden tenminste op papier.

Waarom veel boeken nooit af komen en het uwe wel

hoe schrijf je een boek    Het is altijd een leuk idee om een boek te gaan schrijven. Dat weet u ook. En u en ik weten ook, dat veel boeken niet af komen.  Daar zijn veel redenen voor, en de belangrijkste zijn vastlopen en verveling. Of gewoon niet weten hoe het moet.

Dat zijn oplosbare zaken. Met wat techniek komt u verder. U vindt in elke boekwinkel een stapel boeken over het schrijfproces en dan kiest u wat u aanspreekt. Het belangrijkste hoort u nu alvast van mij.

Begin alleen aan een boek als u weet wanneer het af moet zijn.

 

Met andere woorden, het gaat zo:

  • u denkt: daar ga ik een boek over schrijven
  • besluit: op deze datum moet het af zijn
  • aanvang werkzaamheden

Wanneer u niet beslist wanneer het af moet zijn, dan maakt het niet uit of u er vandaag of morgen aan werkt. Of dat het dit jaar er komt of over vijf jaar. U verwacht niets van uzelf behalve een beetje voortkachelen. En uw omgeving verwacht nog minder van u naarmate het voortkachelen langer duurt. Eerder vroeger dan later besluit u dat het zinloos is en u stopt. Dat snap ik. U was een doodlopende weg ingeslagen. Dat kan anders. En ja, ook wanneer u al tien keer bent begonnen, kunt u best opnieuw beginnen. Die ervaringen neemt u gewoon mee.

Waarom moet u weten wanneer het af moet zijn?

Simpel. Dan heeft u een doel. Daar werkt u naar toe. U weet: op dag X moet het af zijn. Als u dat beseft, dan gaat u vanzelf denken aan hoe u de tijd ervoor moet inrichten.  Dan gaat u een werkschema maken. Een mens moet flexibel zijn, dus met griep of grotere ongelukken hoeft u van mij niet te werken. Maar door “ik heb geen zin” kunt u zich niet laten tegenhouden. Dat wilt u ook niet. U wilt uw boek afhebben.

Stel wel een realistisch doel. Iets van een jaar, desnoods twee jaar –  voor de grote boeken met veel werk – maar niet veel langer. U moet het gevoel houden van enige urgentie en tegelijktijd de ruimte hebben om griep te kunnen krijgen.

U begrijpt het: een doel stellen is een kunst op zich.  Maar het hoeft niet meteen helemaal goed. Stel uzelf een doel en werk ermee, dan weet u of u iets moet bijstellen of niet.

Kijk, zo komt uw boek af. Omdat u weet wanneer het af moet en omdat u dan begrijpt wat u ervoor doen moet.