Vilan van de Loo

Ik was de middelste van drie meisjes, en de enige die schrijfster wilde worden. Dat was raar. Maar ik wilde echt niks anders dan heel veel lezen en ook wilde ik boeken schrijven, al had ik geen idee hoe dat moest. De kinderen op school vonden me ook raar. En ik dacht: ja, dan zal ik wel zo zijn. Misschien ben ik geadopteerd, wanneer zouden ze me dat vertellen? Elke avond lag ik stiekum onder de dekens te lezen met een zaklantaarn. Soms sloop mijn moeder mijn slaapkamer in en dan rukte ze de dekens van me af. Ik gillen. Dan schrok ze toch.

Pas toen ik Nederlands ging studeren, ontmoette ik mensen die net als ik waren. De hele tijd willen lezen. In de schoolkrant zitten. En een hang naar vroeger hebben. Maar ze schreven geen boeken en ik evenmin. Want ik wist niet hoe je zoiets begint, en wat erbij komt kijken, en aan wie moest ik dat vragen? Geen idee. Ergens tussen afstuderen en promoveren in, werd ik gevraagd om een boek te schrijven over de oudste landelijke vrouwenvereniging van Nederland, Tesselschade-Arbeid Adelt. Er kwam een redactie die me zou helpen. Ik twijfelde maar voelde… dit is mijn kans. Daar kan ik vragen stellen.

Na dit boek wist ik hoe het moest. En dus schreef ik toen het ene boek na het andere. Dat kon, want ik had een methode gevonden om een boek te schrijven en met elk boek deed ik nieuwe ervaringen op, waardoor het volgende gemakkelijker ging.

Daardoor is mijn leven veranderd. Alleen al de vreugde van een boek in handen houden dat ik zelf heb geschreven, dat gaat zo diep. Dat gevoel gun ik iedereen.

Verder is nog meer in mijn leven veranderd:

  • ik ben opgehouden met strijken. Nieuwe kleren moeten strijkvrij zijn, anders koop ik ze niet. Tijd is kostbaar.
  • koken hou ik minimaal. Mijn richtlijn is: zacht = gaar. Ik lees tijdens het eten.
  • een gezin hoef ik niet, daar ben ik wel verlegen over, het is net of het niet hoort
  • ik leef gelukkig met Bertje in een bovenwoning in Leiden, Bert is een roodwitte kater, hij geeft kopjes aan stapeltjes boeken
  • de televisie heb ik jaren geleden de deur uit gedaan, dat was een opluchting
  • van spanningen krijg ik hoofdpijn of buikpijn of alletwee, daardoor moet ik wel beter voor mezelf opkomen, en nou zegt u vast maar je komt zo flink over.  Ja, maar die andere kant is er ook.

Nu ik heb ontdekt hoe je boeken moet schrijven, doe ik dat keer op keer. En ik heb ook ontdekt: met de hulp van een ander kan ik verder komen richting waar ik wil zijn.