Kaal schrijven is de kunst

 Kaal schrijven is de kunst. Alle overbodige woorden weg, terug naar de kern, terug naar de essentie van de dingen.  Dat zegt horror-schrijver Stephen King in zijn boek On writing. De man verkoopt miljoenen boeken. Kunnen wij dat ook?

 

Kaal is een kwestie van smaak

Tegenwoordig lezen we bij voorkeur korte zinnen met daarin korte woorden. Gemakkelijk is een aanbeveling. Lezers willen geen moeite doen om een tekst te begrijpen. In de negentiende eeuw waren lange ritmische zinnen weer in de mode. Smaak kan veranderen. Het heeft een voordeel om met  de nieuwe smaak mee te gaan – iedereen snapt het – maar evenzogoed een nadeel – niemand is origineel.

Hoe kaal mag het zijn?

Het is leuk om daarmee te experimenteren. Onthou daarbij het volgende: u schrijft voor lezers, die voor informatie van u afhankelijk zijn. U dient die informatie theelepel voor theelepel toe te dienen, om verslikken en stikken te voorkomen. Dan leggen ze uw boek weg. Dat moet niet.

Nu het experiment. Schrijf een eenvoudige regel met veel bijvoeglijke naamwoorden en overbodige informatie.

Het jonge blonde meisje zat op de oude bruine ribfluwelen bank en ze vroeg zich diepwanhopig af of er uit de morsige kleine keuken nog wat goeds te eten zou komen, want ze had geen hap meer gegeten sinds ze bij haar oude dominante grootmoeder vertrok toen ze de nrc begon te lezen.

Zo’n zin waarna iedereen de weg kwijt is. Ik wel.

Nu de kale versie.

Het meisje zat op de bank. Ze had niets meer gegeten sinds ze haar grootmoeder had verlaten.

Die zin snapt iedereen. Dan zegt u: alle sfeer is verdwenen. Dan zeg ik: schrijf zinnen die sfeer brengen. Zet er bijvoorbeeld achter: Oma was boos op haar, dacht ze. 

Of zet er een woordje bij:

Het meisje zat te trillen op de bank. Ze had niets meer gegeten sinds ze haar grootmoeder had verlaten.

Dat trillen geeft sfeer. Zo’n meisje trilt van de honger. Dat kan de lezer dan ook een beetje voelen. En omdat u kaal schrijft, komt dat ene woordje trillen lekker hard aan. Meteen wil de lezer weten hoe het verder gaat.

Kijk, dat moet u hebben.

Kaal met extra

Zelf lees ik om meegesleept te worden in een boek. Dan heb ik het meeste aan kaal (informatie) met wat extra’s (emotie). Als ik het boek uit heb, ga ik meteen kijken wat deze auteur nog meer geschreven heeft. Die boeken koop ik. En zoals ik zijn er meer lezers, op zoek naar boeken die ook door u geschreven kunnen worden.

Waarom u een auteursfoto nodig heeft

auteursfoto   Waarom u een auteursfoto nodig heeft. Dat is eigenlijk heel simpel. Lezers willen zien wie u bent. Ze zijn nieuwsgierig naar u als auteur. Er zijn ook lezers, die in de boekwinkel staan en op basis van de auteursfoto beslissen: koop ik dit boek of niet.

 

Die neiging heb ik ook. Kijk ik naar een foto uit de jaren 1970, dan betwijfel ik of juist deze auteur mij iets kan vertellen over de laatste foefjes van Instagram. Tenzij het juist opzet is, want retro is hip.

Wat is een auteursfoto?

Eenvoudig gezegd: een foto van uzelf waarop u herkenbaar bent voor uw lezers. Rechtenvrij, dus dat koopt u af bij de fotograaf. Zodadelijk de toelichting.

“Maar ik wil niet op de foto”

Dat gevoel ken ik. Die weerstand. Van binnen een nee voelen, zo sterk heeft u dat niet meer gevoeld sinds u twee jaar was. Stel, u gaat niet op de foto. Dat heeft consequenties. Uw boek trekt ietwat minder aandacht. En wanneer er een interview met u als auteur komt, dan bent u overgeleverd aan de genade van de fotograaf die u moet kieken.

Eens had de toenmalige Haagsche Courant mij geïnterviewd over een boek. De fotograaf dacht visueel en positioneerde me voor een vijver. Ik werkte mee. “Nog iets naar achter…” Ik voelde weerstand. “Het kan best.” Ik dacht: straks kieper ik de vijver in en dan kom ik zo in de krant. “Nog twee centimeter.” Ik schoof naar achteren, kreeg bijna natte voeten en dacht: wat een ellende, hier heb ik geen zin in.

En precies dát gezicht kwam in de krant.

Naar de fotograaf

Er zijn heel wat fotografen die auteursfoto’s maken. Google ook op: artiestenfoto. Bestudeer de procedure en wat u er precies voor krijgt. Vaak biedt een fotograaf ook visagie aan, tegen een meerprijs. Altijd doen, want dan blijft u mooi onder de scherpe fotolampen. Mooi is goed, maar er interessant uitzien is beter. Dat mooie is overschat. Interessante mensen zijn zeldzamer en dus trekken ze meer aandacht. Oefen thuis met houdingen. Informeer of de fotograaf poseerbegeleiding geeft.

Trek uw beste kleding aan, kleding waarin u een lezing zou kunnen geven. Uw publiek wil u herkennen van de foto. Dus wanneer u altijd in spijkerbroek loopt, ga dan niet in avondkleding op de foto.

Nu die rechten. Wanneer u geen rechten afkoopt, moet u elke keer wanneer uw foto gepubliceerd wordt, de fotograaf ervoor betalen. Het is weliswaar uw gezicht, maar wel het werk van de fotograaf. Dus: afkopen.  Vergelijk het aanbod van verschillende fotografen.

En nee, zomaar een foto is niet voldoende. Het moet goed, en dat betekent in dit geval professioneel. Wanneer u even zoekt, kunt u onder de tweehonderd euro klaar zijn.

Wie gaat mijn boek kopen?

lezers  Wie gaat mijn boek kopen?  Dat is een realistische vraag, waar eigenlijk een  andere vraag in verborgen zit. Die is: welke mensen gaan geld betalen om mijn boek te kunnen lezen? En daarin zit weer de vraag: wie zit er eigenlijk op mijn boek te wachten?

Ik zeg alvast: daar heb ik hele prettige antwoorden op. Dus u kunt veilig doorlezen.

Eerst even dit. Stel dat uw boek twintig euro kost. Prijsstickertje. U kijkt ernaar. Twintig euro. Denk eens aan uw vrienden en kennissen. Tikken zij dat even af?  Als het gaat om u een genoegen te doen, misschien wel en misschien niet.

Wie zit er eigenlijk op uw boek te wachten?

Dat is een vraag die even moeilijk als aangenaam is. Het is moeilijk, als u het antwoord nog niet weet. En het is aangenaam, omdat u zich nu moet voorstellen dat er duizenden en duizenden mensen snakken naar het moment dat ze uw boek eindelijk in handen kunnen houden. Vandaag huilen ze omdat het er nog niet is. Die mensen gaat u gelukkig maken. Ze betalen graag twintig euro. Het enige wat u hoeft te doen is zorgen dat u ze kunt vinden en dat ze u kunnen vinden.

Maar wie zijn die mensen nou?

Ze lijken waarschijnlijk een beetje op u, van binnen bedoel ik. Ik geef een voorbeeld. Wanneer u zelf twee meter tien bent en u schrijft over  grote schoenmaten, dan gaat het nog niet over uiterlijk. Het gaat over gevoelens. Moeilijke gevoelens. Mensen die moeilijke gevoelens hebben, gaan zich verstoppen of organiseren. Die verstoppers moeten u kunnen vinden, daarom schrijft u op Facebook of op uw eigen website. De organiseerders gaat u zelf vinden: in verenigingen die bijeenkomsten houden en bij de klantenservice van de schoenenfabrikant.

Voor fijne gevoelens geldt hetzelfde als moeilijke gevoelens. Met fijne gevoelens ben je kwetsbaar. Ewww.

U merkt wel dat ik van u als auteur een actieve houding verwacht. Heel vroeger kon je als auteur een manuscript bij een uitgever inleveren en dan hoefde je niks meer te doen. Those were the days. Nu verwacht een uitgever meer van een auteur. Sterker nog, hoe actiever u bent als auteur, des te sneller vindt u een uitgever. En met die uitgever kunt u nóg meer lezers vinden. Echt, fijner wordt het leven niet.