Wachten op inspiratie is vragen om moeilijkheden

 Wachten op inspiratie is vragen om moeilijkheden. U kunt gevoelig gaan kijken aan aan uw omgeving zeggen: “Ik kan alleen schrijven wanneer ik inspiratie heb.” Ja, ja, knikken ze dan.  En het gevolg? Die dag schrijft u geen enkel woord.

De dag erna evenmin.

Inspiratie bestaat niet.

Het idee is immers dat u dan iets anders voelt dan gewoonlijk, dat u aan uw werktafel gaat zitten en de ene na de andere zin opschrijft, ja misschien wel een half boek of een heel. Opeens weet u hoe het moest en kon, en ziet, daar verscheen het boek. Zelfs Mozes had nog Iemand die uitlegde wat er op de stenen tafel moest komen te staan.

Waneer u gelooft aan inspiratie, dan krijgt u de consequenties daarbij cadeau. Die zijn:

  • moeten wachten op de inspiratie, zonder gaat het niet, u bent dus compleet afhankelijk
  • arriveert de inspiratie, dan moet u alles uit uw handen laten vallen en aan de slag gaan
  • het risico dat u gaat denken een writers block te hebben, dus dat u geblokkeerd bent

Wat wel bestaat is transpiratie.

Kijk, nou wordt het weer praktisch. Neem even van mij aan dat het schrijven de ene dag gemakkelijker gaat dan de andere dag, en dat daarmee zowat alles is gezegd over inspiratie.Wat houdt u over?

  • een idee wanneer uw boek af moet zijn, dus u kunt gewoon beginnen met de informatie die u heeft op papier of in de computer te zetten
  • technische kennis. In mijn artikelen vindt u praktische informatie over hoe je moet schrijven. U kunt ook gewoon elke dag een uur aan het werk gaan. Schrijft u een matig stukje, dan verbetert u het.

Wachten op inspiratie lijkt een beetje op uitstelleritis. Wanneer u daaraan lijdt, adviseer ik zielsonderzoek. Er zit van binnen iets in de weg waardoor u bang bent aan een boek te beginnen. Dat kan van alles zijn. Misschien heeft u maar één droom in het leven en dat is een boek schrijven. Wat moet u doen als het boek af is? Nou, een tweede boek schrijven.

Voetnoten zijn de snoepjes van elk boek

voetnoten Voetnoten zijn de snoepjes van elk boek. Tenminste, voor de lezers die werkelijk belangstelling hebben voor wat u schrijft. En zeg nou zelf, wilt u andere lezers dan die werkelijk belangstelling hebben? Toch geen mensen die uw boek vluchtig doorbladeren en het “wel leuk” vinden?  Ik gun u meer.

Wat is een voetnoot, waarom is het een snoepje en kan een boek ook zonder? Daar gaat het over.

Reputatie

Het jammere is dat de voetnoot een slechte reputatie heeft. Een paar regels te kleine lettertjes in een onleesbaar wetenschappelijk boek, waar niemand echt op zit te wachten. Zo’n voetnoot wil niemand schrijven. Ik ook niet, hoor. Wel andere. Er zijn ook leuke voetnoten. Snoepjes.

Terzijde

Het kan gebeuren, dat u overborrelt van kennis en enthousiasme voor het onderwerp van uw boek. Dat is heerlijk en moeilijk tegelijk want als u alles opschrijft, dan:

  • komt het boek misschien nooit af of pas over tien jaar, en het is de vraag of u dat volhoudt
  • produceert u een zeer dik boek, en of uw lezers daar zin in hebben is de vraag
  • ontneemt u zichzelf en uw lezers de aangename spanning van wachten op het volgende deel

Ik ben niet tegen dikke boeken, daar ben ik eigenlijk juist voor. Wanneer u aan uw eerste boek werkt, dan zeg ik: zorg dat het afkomt, en schrijf daarna het tweede deel.

Maar ja. In dit eerste deel wilt u ook heel veel zeggen. U weet van die feitjes en terzijdes en grapjes en verbanden die niemand anders weet. Ze passen niet goed in de lijn van het hoofdstuk.

Kijk, daarvoor zijn de voetnoten. Ze staan onderaan de bladzijde, gezellig bij het verhaal, dat leest gemakkelijk. Ooit las ik een boek met een halve pagina voetnoten. Las ik al-le-maal. Ze waren onderhoudend. Ik kon er geen genoeg van krijgen.

Achterin

Soms staan de noten achterin. Dan zijn het eindnoten. Daar moet u zin in hebben. Ik heb dat nooit. Steeds dat geblader, nee. Zoiets is goed voor superwetenschappelijke boeken.

Vrij

Verplicht is de voetnoot niet. Het staat u vrij om ze wel of niet op te nemen. Misschien zijn er wel meer boeken zónder voetnoten dan met. Persoonlijk hou ik van die snoepjes. Maar dat ben ik.

Hoe kom ik aan het talent om een boek te schrijven?

talent Talent is overschat. Gewoon aan de slag gaan is beter. Iedereen denkt dat een boek vanzelf ontstaat. Zitten en dan stromen de woorden vanzelf. Na een tijdje stromen is het boek af. Presto! Ja, talent hè?

Nou, nee.

De vraag: hoe kom ik aan het talent om een boek te schrijven is eigenlijk een andere vraag:

Heb je talent nodig om een boek te schrijven?

Wederom zeg ik: nou, nee. Het kan best zonder. Voor een boek schrijven is vooral nodig:

  • een onderwerp waar u voor voelt
  • tijd
  • kennis van de techniek

De eerste en de tweede categorie kunt u zelf verzorgen, de derde categorie leert u van mij. Over dat talent wil ik nog meer zeggen. Wanneer u graag een boek zou schrijven, dan heeft u een gezond idee nodig over die hele boekschrijverij.  U moet het niet groter gaan maken dan het is. Dan loopt u het risico op negatieve gedachten. Denk positief, daar komt u verder mee.

  • Negatief: ik moet talent hebben anders lukt het nooit
  • Positief: het is een kwestie van doen

Het is een kwestie van doen

Ik zit elke dag aan mijn werktafel en zo heb ik heel wat boeken bij elkaar gepend. Heb ik talent? Mwah. Kan best dat ik nul talent heb. Of nul komma één. Wat ik altijd doe is: doorgaan, tijd maken, blijven leren.

Ik schrijf een boek omdat ik een onderwerp heb waar ik voor voel. Nu ben ik razend nieuwsgierig naar Van Heutsz als mens en als militair. Hoe kwam hij zo ver, hoe zat het tussen hem en zijn broers, waar haalde hij de wijsheid vandaan om als onderkoning van Indië te functioneren? Dat soort vragen kwellen me. En in de oude archieven waar de antwoorden liggen, pieker ik geen seconde of ik talent heb. Ik ben gewoon bezig. Aan het doen.

Wat ik kan, kunt u ook. Met uw eigen boek.