Help, het begin van mijn boek lukt niet

het begin  Help, het begin lukt niet. Dat is een klacht die gemakkelijk te verhelpen is. U slaat het begin gewoon over.  Kan dat? Ja, dat kan. Desnoods begint u bij hoofdstuk twee te schrijven. Daar moet ik nog wel iets meer over zeggen.

Staren

Het komt nogal eens voor dat iemand een boek wil schrijven, met enthousiasme en een onderwerp (dat zijn al twee pluspunten), de computer opent en twee uur en drie kwartier zit te staren naar het scherm. Geen woord geschreven. Want ja, het begin. Hoe begin je nou toch.

De fout die hier alles blokkeert is: rekenen op spontaniteit. Zo van ik ging zitten en toen kwam het spontaan.

Spontaan

In het boekenschrijven en in het leven vind ik spontaniteit overschat. Het geldt als reden om elke impuls te volgen, zonder een fractie zelfbeheersing of gezond verstand. “Lekker spontaan” heet het. Ik vind het griezelig, iemand zonder rem of inzicht. Wie vooraf nadenkt, bereikt meer. Wilt u een boek schrijven, dan is er een lange nadenkfase voordat het daadwerkelijke schrijven begint.

Eerst bepaalt u het onderwerp. Waar begint het en waar houdt het op. Dus grenzen stellen, anders schrijft u de encyclopedie van alles. Komt dat ooit af? Neen. Daarna gaat u informatie verzamelen en op het juiste moment in het boek plaatsen. Pas wanneer u begrijpt wat de juiste volgorde is  – en dat is een proces – kunt u de eerste versie van uw manuscript schrijven.

Dat is niet spontaan, klopt.

Begin

Het betekent ook, dat u genoeg te overdenken, te verzamelen en te schrijven heeft na de eerste zin, de eerste alinea of het eerste hoofdstuk.  U laat dat dus gewoon liggen tot u verder in het schrijfproces bent. Dan heeft u meer overzicht en inzicht verkregen. Al doende leert men, en dan leert men ook wat het begin moet zijn.

Een idee voor een boek en dan…

idee voor een boek  U heeft een idee voor een boek. Dat is mooi. Maar met elk goed idee komen ook de twijfels. Is het goed genoeg. Is er al over geschreven. Kan ik er wel een boek over schrijven.

Mij mij slaan de twijfels altijd ’s nachts toe. Dan word ik er speciaal voor wakker, wat niet hoeft, nergens op slaat en toch steeds weer gebeurt. Ik hoop dat uw twijfels tegen half drie ’s middags komen, als u net lekker zit met een kopje thee.

Is uw idee goed genoeg om een boek te schrijven?

Dat zou zomaar kunnen, zeg ik optimistisch. De enige manier om daarachter te komen is – nee, niet meteen gaan schrijven – van uw idee een plan te maken.  Een idee voor een onderwerp: waar begint en eindigt dat onderwerp? Stel, uw idee is: “Ik ga over de Tweede Wereldoorlog schrijven.” Prima idee. Nu dat wat meer begrenzen. Misschien een enkele dag? Ja, dat kan goed genoeg zijn voor een boek. Denk eens aan: Dolle Dinsdag.

Is er al over geschreven?

Deze vraag gaat eigenlijk over een innerlijk moeten van ergens over te schrijven wat nog niemand heeft gedaan. Dan heeft u een moeilijk leven, hoor. Ik denk altijd: alles is al gezegd, maar nog niet door mij.

U kunt uzelf ook afvragen, wat u gaat bijdragen aan de bestaande boeken over uw onderwerp. Misschien net een andere invalshoek, een nieuw gezichtspunt, wat extra gevoel. Over rozen is al bijzonder veel geschreven wereldwijd gezien, en toch verschijnen er voortdurend nieuwe boeken over. Daar kan uw boek ook nog wel bij.

Kan ik er wel een boek over schrijven?

U bedoelt: krijg ik er genoeg kantjes over vol. Nou, niet elk boek hoeft tweehonderd pagina’s te zijn. Er zijn ook kleine boeken. Ga eens in de boekwinkel kijken bij de cadeauboeken.

Als u een klein onderwerp heeft en een dik boek wilt schrijven, dan komt het aan op creativiteit. Voorbeeld: uw linkervoet. Uitgebreid aandacht voor elke teen.  Associaties. Dromen. Symboliek van de voet. Hoe uw linkervoet veranderde in de loop der jaren met daarbij een bespiegeling over de wonderen van het lichaam. Bespiegelingen over de toekomst. Neem hierbij een pocketformaat boek, een brede kantlijn links, rechts, boven en onder, en een grote letter en u zit zo aan de 500 pagina’s, waarbij u nog niet eens aandacht heeft besteed aan het fenomeen teennagels.

Hoe schrijf je een autobiografie?

hoe schrijf je een autobiografie  Hoe schrijf je een autobiografie?  Net als ieder ander boek: woord voor woord.  Het verschil is, dat het schrijven van een autobiografie iets extra’s van u vraagt. Dat is zelfinzicht.

Wie een autobiografie schrijft, heeft zelfinzicht nodig

Zonder zelfinzicht is uw verhaal een opsomming van entoen-entoen, of een openbaar dagboek waarin u altijd gelijk heeft.  Dat is een superfijn gevoel, tot er een lezer opduikt die er anders over denkt. Als u daarmee lezers trekt, tenminste.

Zelfinzicht gaat over het waarom van iets doen en laten. Dat waarom legt verbanden. De klassieker is: omdat uw ouders niet van u hielden, gaat u alleen relaties aan met garantie op hartzeer, want herhaling is vertrouwd.

Als u dat niet snapt, is uw autobiografie één lange aanklacht, al die verschrikkelijke ex-en, hoe konden ze. Als u het wel snapt, kunt u met mededogen over uw eigen gedrag schrijven. Uw lezers leven mee. Ze kregen immers de kans u te begrijpen.

Schrijf in de ik-vorm

Ja, natuurlijk schrijft u in de ik-vorm. Het is uw leven. Anders schept u een afstand en dat voelen de lezers ook. Daarom pakken ze uw boek niet op. Zijn er gebeurtenissen in uw leven geweest die pijnlijk zijn en waarmee u nog steeds moeite heeft, dan – en ik zeg dit met liefde – dan heeft u voor uw boek goud in handen. Waar de diepste emotie zit, daar is het belangrijkste verhaal aanwezig. Gelukkige levens zien we wel op Facebook. Uw verhaal is interessanter.

Stop op een logisch moment

U schrijft het verhaal van uw leven op terwijl u nog leeft. Dus als het boek gisteren uitkomt, zit vandaag niet in dat boek. Kan dat? Dat kan best. U stopt gewoon op een logisch moment. De eerste vijftig jaar. Tot en met uw derde huwelijk. Een tweede autobiografie kan altijd. Heeft u veel stof, dan maakt u per tien, vijftien jaar een autobiografie. Leuk, een serie.