Is mijn verhaal wel een boek waard?

kleine huis op de prairie   “Is mijn verhaal een boek waard?” Dat is zo ongeveer de vraag die ik de laatste tijd het meeste hoor. Daar zit een andere vraag in: “Ik ben bang dat mijn verhaal niets voorstelt.”

Ik hoor beide vragen. En ik geef geen antwoord, maar ik stel een tegenvraag: “Waar wilt u over schrijven?”  En dan komt er altijd een geweldig antwoord waarvan ik denk: ga alstublieft een boek schrijven.

Hoe weet u of uw verhaal een boek waard is?

Let u eens op de volgende onderwerpen:

  • Een ingrijpende gebeurtenis: droevig of vrolijk, biedt hiermee anderen herkenning en soms ook troost. “Ik ben dus de enige niet.” Dat is heel wat waard, hoor. Een buitengewone ellendige rotscheiding kan anderen weer opmonteren: “Zo erg was het bij mij tenminste niet.”
  • Uw liefde voor een huisdier. Dat is feel good. Daar weet ik alles van.
  • Een voorbije tijd, die haast vergeten is. Misschien bent u boerenknecht geweest in de periode voor de grote technologie toesloeg. Als geen ander kunt u het dagelijks leven beschrijven. Dankzij u blijft die wereld bewaard en toegankelijk.
  • Een gelukkig gezinsleven dat alleen kleine problemen kende die ook nog opgelost werden. Niet interessant? Denk aan Het Kleine Huis op de Prairie, daar keken miljoenen mensen naar. (ik ook) Of aan The Waltons.  (Keek ik ook naar)
  • Uw loopbaan in het leger, leren omgaan met bevelen en ze zelf geven.
  • Uw verblijf in het buitenland: andere culturen kunnen soms heel anders zijn.

Ja, zo kan ik nog wel even doorgaan. Het komt feitelijk op hetzelfde neer: de menselijke ervaring. Die maakt een boek interessant.  Zonder de menselijke ervaring schrijft u saai vergaderproza van opsommingen. Dat is alleen leuk voor vergaderingen.

In uw boek vertelt u dus:

  • over uw ervaringen: wat er gebeurde, wat het met u deed (emoties) en hoe u zich erna voelde (alweer emoties). Elke ervaring verandert mensen. Dat is er ook zo interessant aan.
  • u heeft dus: vooraf – ervaring – erna

Elk interessant boek draait om de menselijke ervaring.

Ik hoop dat u zich nu wat optimistischer voelt. Wanneer u nog twijfelt, mailt u mij dan even.

Wat mag ik van een uitgever verwachten?

uitgever Wat mag ik van een uitgever verwachten? Dat is een belangrijke vraag. Wanneer u erover nadenkt een boek bij een uitgever te publiceren, bevindt u zich meteen in een dubbele positie. U bent de auteur en emotioneel aan het boek verbonden, maar u bent ook een zakelijke partij.

De boekenwereld is veel, maar ook: zakelijk. Het is geven en nemen, investeren en verdienen, idealisme en zakelijkheid.

En dat verschilt ook nog per uitgever. Minimaal mag u verwachten dat de uitgever zich aan het contract houdt. Daar is het voor.  Kort gezegd zorgt een uitgever voor publicatie en promotie ter verkoop. Eigenlijk is de rest een bonus.

Verwachtingen

Dat heb je met verwachtingen. Hoe minimaler ze zijn, hoe beter. Dat is in de romantiek ook al zo. Het is beter om te kijken naar mogelijkheden van de uitgever. Een grote uitgever werkt anders dan een kleinere. Wat u kiest, hangt af van uw persoonlijke voorkeur.

Grote uitgever

Echt grote uitgevers zijn van het kaliber Prometheus en de Arbeiderspers. Het zijn organisaties die (meestal) marcheren als een goed lopende machine. Ze kunnen veel: uw werk redigeren, snel en goed persberichten schrijven, auteursfoto’s regelen, goede vormgevers inschakelen en dan hebben ze ook nog een heel netwerk in de media. Altijd een aansluiting bij het  Centraal Boekhuis (dat levert boeken aan de winkels) en vertegenwoordigers die de boekwinkels bezoeken om uit te leggen dat ze van uw boek zeker tien exemplaren moeten kopen. Zo verkocht Uitgever Lebowskihet eerste boek van Astrid Holleeder: de titel en de auteur moesten geheim blijven, het was puur vertrouwen in de uitgeverij waardoor de boekwinkels grote stapels inkochten. En daarna weer verkochten.

Nadelen aan zo’n grote uitgeverij zijn er zeker. U bent een klein radartje in het geheel en veel eigen inbreng wordt niet op prijs gesteld. Dat heet: “eigenwijs.”  Wanneer u debuteert, is een uitgeverij terughoudend met een advertentiebudget. Dus als u droomt van uw gezicht op posters, wordt het zelf plakken. Als de uitgeverij daar toestemming voor geeft, natuurlijk.

Het is moeilijk om binnen te komen. Dergelijke uitgeverijen krijgen enorm veel aanbod.

  • Niet doen: een manuscript insturen en bij de brievenbus gaan kamperen.
  • Wel doen: meerdere uitgeverijen aanschrijven, via-via-via proberen. Kijk op Linkedin voor connecties

Kleine uitgever

Hoe kleiner de uitgever, hoe meer u zelf kunt en moet doen. Bij een eenmanszaak zitten geen drie pr-meisjes om de persberichten na te bellen. Grote kans dat u dat zelf doet, en ze zelf schrijft. U organiseert zelf signeersessies, denkt mee over de boekpresentatie en de kosten ervan en u overlegt met de uitgever over mogelijke publiciteit. Samen bent u met elk stukje blij.

Dat is dus het pluspunt van een kleine uitgeverij: de betrokkenheid. U heeft meer ruimte. Wanneer u een ander lettertype wilt en uitlegt waarom, dan wordt er naar u geluisterd. U bent niet eigenwijs, u bent iemand met visie.  De uitgever gelooft sterker in u en in uw boek. Er is meer samenwerking. En u weet: samen kom je het verste.

  • Niet doen: uit blijdschap dat een uitgever uw boek wil, denken dat contract komt nog wel
  • Wel doen: nagaan hoe vorige boeken van deze uitgever het hebben gedaan, google titels en auteurs

Er zijn ook middengrote uitgeverijen, POD-uitgeverijen, web-only uitgeverijen en nog andere tussenvormen. Maar de vraag is: wilt u een kleine vis in een grote vijver zijn of een grote vis in een kleine vijver?

Hoe ik mijn eerste boek schreef

 Hoe ik mijn eerste boek schreef. Eigenlijk weet ik nog steeds niet waar ik de moed vandaan haalde. Ik had nul ervaring. Ik kende niemand die dat ook wilde. Wat ik wel weet, is dat ik het belangrijkste in huis had: optimisme.

Ik voelde me optimistisch over mijn plan een boek te schrijven

Optimisme is geloven dat het op de een of andere manier in orde komt met dat boek, omdat er zoveel boeken op de wereld zijn en alle boekenschrijvers hebben het ooit voor het eerst gedaan plus, ik had ook leren fietsen en zwemmen.

Dat fietsen en zwemmen is voor 90 procent gelukt. Die tien procent zitten me dwars. Ik zou graag met losse handen willen leren fietsen, maar ik weet niet hoe. Iedereen kan het. Ik niet.  Wat zwemmen betreft, ik kan alleen schoolslag. Borstslag durf ik niet, dan kan ik niet zien waar ik heen zwem en hoe moet je in vredesnaam ademhalen? Duiken vind ik eng. Van die hoge duikplank  alleen afspringen, dat is ook al te moeilijk. Want ik heb hoogtevrees.
Misschien is het voor 70 procent gelukt. Nog veel.

Intussen heb ik wel meer dan dertig boeken geschreven.

Optimisme kan groeien

Dat optimisme over mijn eerste boek kwam ergens vandaan, en ik zorgde ervoor dat het groeide. Want ik begreep wel dat zo’n gevoel een soort Pokon nodig had. Alles wat je aandacht geeft, groeit. Met Pokon dubbel zo hard. Dit deed ik:

  • dagdromen hoe heerlijk het zou zijn als het boek af was en dat ik kon zien dat mijn naam op de voorkant stond
  • in de boekwinkel boeken uitzoeken die ik slecht, stom  en lelijk vond, en dan denken: als dit boek er mag zijn, dan kan ik het ook proberen
  • bedenken hoe ellendig ik me zou voelen als ik mijn droom opgaf alleen omdat ik niet wist hoe iets moest
  • besluiten dat ik advies ging vragen aan andere mensen (en dat deed ik ook)
  • vriendelijk zijn tegen mezelf en zeggen dat ik mocht oefenen en experimenteren en dat er geen fouten waren maar alleen ervaringen waar ik iets van ging leren

Weet u, aan de buitenkant ziet het er altijd zo succesvol uit: “Ik heb een boek geschreven”. Net of het vanzelf gaat. Maar achter de schermen is het hard werken, leren van jezelf en van  anderen en vooral, elke dag weer, vriendelijk zijn voor jezelf. Dan komt het in orde met het boek.