Help, het begin van mijn boek lukt niet

het begin  Help, het begin lukt niet. Dat is een klacht die gemakkelijk te verhelpen is. U slaat het begin gewoon over.  Kan dat? Ja, dat kan. Desnoods begint u bij hoofdstuk twee te schrijven. Daar moet ik nog wel iets meer over zeggen.

Staren

Het komt nogal eens voor dat iemand een boek wil schrijven, met enthousiasme en een onderwerp (dat zijn al twee pluspunten), de computer opent en twee uur en drie kwartier zit te staren naar het scherm. Geen woord geschreven. Want ja, het begin. Hoe begin je nou toch.

De fout die hier alles blokkeert is: rekenen op spontaniteit. Zo van ik ging zitten en toen kwam het spontaan.

Spontaan

In het boekenschrijven en in het leven vind ik spontaniteit overschat. Het geldt als reden om elke impuls te volgen, zonder een fractie zelfbeheersing of gezond verstand. “Lekker spontaan” heet het. Ik vind het griezelig, iemand zonder rem of inzicht. Wie vooraf nadenkt, bereikt meer. Wilt u een boek schrijven, dan is er een lange nadenkfase voordat het daadwerkelijke schrijven begint.

Eerst bepaalt u het onderwerp. Waar begint het en waar houdt het op. Dus grenzen stellen, anders schrijft u de encyclopedie van alles. Komt dat ooit af? Neen. Daarna gaat u informatie verzamelen en op het juiste moment in het boek plaatsen. Pas wanneer u begrijpt wat de juiste volgorde is  – en dat is een proces – kunt u de eerste versie van uw manuscript schrijven.

Dat is niet spontaan, klopt.

Begin

Het betekent ook, dat u genoeg te overdenken, te verzamelen en te schrijven heeft na de eerste zin, de eerste alinea of het eerste hoofdstuk.  U laat dat dus gewoon liggen tot u verder in het schrijfproces bent. Dan heeft u meer overzicht en inzicht verkregen. Al doende leert men, en dan leert men ook wat het begin moet zijn.

Geluk dat is: het eerste boek is af

geluk dat is het eerste boek is af Geluk is dit. Mijn eerste boek was verschenen. Ik mocht het overhandigen aan prinses Juliana. Zij was te beschaafd om te zeggen: “Kind, je rok is omhoog gekropen.”

We zijn ergens in het jaar 1996. De prinses was de beschermvrouwe van de landelijke vereniging Tesselschade-Arbeid Adelt (TAA) en de vereniging wist dat ik de prinses een warm hart toedroeg.  Er werd een zeer besloten bijeenkomst belegd, waarbij ik aanwezig mocht zijn. Pas toen ik op de bank zat, in afwachting van haar komst, dacht ik: Wat moet ik eigenlijk zeggen?

 

Ik wilde altijd schrijfster worden, maar ik had geen idee hoe je een boek schrijft.

Toch zat het verlangen in me. Hoe ik moest beginnen, wist ik niet. Maar ik wilde het. Misschien kon ik het wel, dacht ik soms, want:

  • ik schreef weleens wat op een ansicht
  • vroeger op school had ik opstellen gemaakt
  • tijdens mijn studie moest ik scripties produceren
  • je weet maar nooit

Tesselschade-Arbeid Adelt vroeg me om hun jubileumboek te schrijven, er zou een begeleidingscommissie worden ingesteld. Dus ik hoefde het niet in mijn eentje te verzinnen. Natuurlijk zei ik: “ja!”

Dit was mijn kans.

Dus ik aan de slag. Eerst een opzet maken, dan uitwerken. Uitbreiden. Lege gaten opvullen. Herschrijven. En na dat jaar, waarin ik heel veel leerde, zat ik dus op die bank te wachten op prinses Juliana.

“Daar is haar auto, ” zei iemand. Ik  zat meteen rechtop van de spanning. Moest ik zodadelijk een buiging maken, zoals de kinderen in The Sound of Music?

Alles wees zich vanzelf, dankzij de tact en mensenkennis van de prinses. Ze knikte even, waardoor ik niets hoefde te doen en kon ontspannen. Toen ik weer mezelf was, stelde ze belangstellende vragen. Ik vertelde over dat verlangen een boek te willen schrijven en ze kneep in mijn handen (dat voel ik nog) en zei dat ik het zeker moest blijven doen.

Vooral achteraf weet ik hoe gelukkig ik die middag was. Ik had mijn boek aan de prinses mogen laten zien. Een eerste boek af, en dan zo’n beloning ontvangen, nee, dat had ik niet kunnen denken. Maar zien wij wel ooit het geluk aankomen?

Ook wist ik zeker, dat ik nog veel meer zou schrijven, vooral omdat ik nu had ontdekt hoe je een boek schrijft.

Nu kon ik verder. 

Hoe begin ik een hoofdstuk?

Hoe begin ik een hoofdstuk Een hoofdstuk zit in principe eenvoudig in elkaar. Een begin, een einde en dan gebeurtenissen tussen begin en einde. Vaak zitten mensen lang over dat begin te tobben. Mijn advies: hou het simpel. Doe iets dat werkt. Dat is de techniek: van groot naar klein.

Gebruik de techniek van groot naar klein

Voorbeeld: een hoofdstuk over uw jeugdjaren in Amsterdam.

U beschrijft eerst iets groots:

“In de jaren 1930 woonden we in Amsterdam.”

Dus: het grote is hier de stad Amsterdam. Hier beschrijft u hoe de stad was: druk of niet, armoede, hoe was het toen met toerisme,  had iedereen telefoon, wat voor winkels waren er toen.  Het doel is: iedereen moet de stad van toen kunnen begrijpen. Het kan geen kwaad, hier te vermelden dat er destijds geen internet was en dat iedereen nog postzegels in huis had.  Dat is het mooie van levenservaring, kunnen vertellen dat er vroeger andere vanzelfsprekendheden waren.

Daarna gaat u een stapje omlaag, bijvoorbeeld naar de straat waar u toen woonde:

“Ons gezin woonde in de Gerrit Doustraat.”

Hier beschrijft u de straat. Wat voor huizen stonden er, was het er veilig, werd er veel op straat gespeeld, hing er was buiten, welke geluiden waren er te horen en rook het er misschien speciaal?

Nu weer een stapje omlaag en daar wordt het al klein:

“Wij woonde op nummer 12.”

Kijk, hier is uw ouderlijk huis op een mooie logische wijze in beeld gekomen. U beschrijft het huis zodat een lezer er als het ware in kan rondlopen. Was er een tuin, waren er buren? Hoe waren de kamers ingericht? Hoe wasten de kinderen zich?

Nu kunt u de jeugdervaringen die in dit hoofdstuk horen, gaan noteren. U begint bij uw eerste herinnering:

“Toen ik vier was, zag ik voor het eerst een paard. De groenteboer kwam bij ons aan de deur.”

Al uw lezers denken: wat gebeurde er toen? Dat moet u hebben, die nieuwsgierigheid naar uw verhaal.

Zo kunt u in chronologische volgorde het hoofdstuk opbouwen.  Voordelen:

  • U pakt op een mooie manier het tijdbeeld mee
  • U kunt later gemakkelijk nieuwe herinneringen invoegen
  • U heeft een structuur die voor iedereen te volgen is

Hou het simpel. Moeilijk maken kan altijd nog.