Het beste begin is aan het eind

  Er zijn mensen die willen trouwen en er zijn mensen die willen rollebollen. Zo zijn er ook mensen die een boek willen maken en mensen die gewoon wat willen schrijven.

Doe mij maar een boek. Een boek gaat langer mee dan een huwelijk. Maar dat zeg ik nooit hardop.

Wanneer ik iemand ontmoet die een boek wil schrijven, zeg ik altijd eerst: “Wat een goed idee!”, daarna vraag ik: “Wanneer moet het af zijn?” en vervolgens zijn we een uur verder. Ik begin aan het einde.

Het begin van elk boek zit aan het einde.

Wat is dat einde? Nou, bijvoorbeeld:

  • Wilt u een dik boek schrijven zoals Oorlog en Vrede? Echt zo’n knoepert die ergens over gaat? Of denkt u klein is fijn en heeft u een soort cadeauboek voor ogen met veel illustraties?
  • Denkt u aan het leven als professionele auteur die bij een bekende uitgeverij zit, of maakt het nu niks uit wanneer u het manuscript bij de drukker laat omzetten in een boek?
  • Verlangt u te spreken voor theaterzalen vol lezers of is het al goed wanneer uw moeder een boek heeft?

Zo kan ik nog wel even doorgaan met vragen naar het innerlijk visioen. Daar gaat het om. Wat u diep van binnen ziet als het boek dat u wilt schrijven, en de gevolgen die dat boek voor u heeft. Daar moet u zich op richten, want daar zit het diepe verlangen. Iets anders loopt uit op tranen. Het is trouwen of rollebollen.

Terug

Wanneer u het einde weet, begrijpt u als vanzelf wat u te doen staat. Er is werk aan de winkel. U gaat op zoek naar een uitgever of een drukker, en u bedenkt wie de illustraties moet maken. Wenst u zalen vol lezers, dan begint u aan een achterban te bouwen via Facebook en de andere social media. Ja, en dan moet u dat boek ook nog schrijven. Kost ook tijd. Wanneer moet het af zijn? Heeft u al een werkschema?

Kan iedereen een boek schrijven?

kan iedereen een boek schrijvenKan iedereen een boek schrijven? In principe wel, maar er zijn risicogroepen, daar zitten mensen in van wie je denkt: als dat maar goed gaat.  Eerste fase: optimisme en enthousiasme. Prrrrima. Alles gaat fantastisch.

En dan opeens BENG. Niks lukt meer. Misschien morgen. Nee, overmorgen. Of na de vakantie. Beter na de kerst.  In januari begin ik.

Zit u in een risicogroep?

1 Ja, want u bent gewend korte of langere stukken te schrijven

Lekker, snel resultaat. Maar een boek vraagt om uitgesteld snel resultaat. Vergelijk het met afvallen: u moet het genoegen van de korte termijn (taart) opgeven voor het genoegen van de lange termijn (slank zijn).

Oplossing:  verdeel uw boek als de wiedeweerga in hoofdstukken, die weer in paragrafen en die in blokjes van een bepaald aantal woorden. Daarvan maakt u weer een afstreepschema. Extra leuk en belonend: een blokje tekenen en dat volkleuren. Koop hier speciale stiften voor die u helemaal nergens anders voor gebruikt.

2 Ja, want u krijgt altijd complimenten dat u zo leuk kunt schrijven

Fijn hoor, complimenten.  Vervolgens denkt u dat schrijven iets is van alleen maar te gaan zitten en dan stroomt het wel. Ja, tot de kraan dicht gaat. Of tot u iemand inschakelt als coach (ik denk niet eens aan mezelf hier) en die maakt liefdevol en kritisch opmerkingen hoe het beter kan. Dan heeft u opeens een nieuw zelfbeeld nodig, waarin u bereid bent te leren. Oplossing: zeg dat even tegen die coach. Dan komt er ruimte voor emoties.

Dat zijn de twee grootste groepen.

Wie maken de meeste kans een boek te schrijven, ik bedoel een boek te beginnen en af te maken?

Nou niet gaan lachen.

Mensen die slecht Nederlands schrijven en zich daar onzeker over voelen. Mensen die door hun omgeving daardoor gek worden gevonden. (“Jij? Een boek schrijven?”) Mensen die van binnen een verlangen voelen dat pijn doet, en die niet dood willen gaan voordat het verlangen een boek is. Als het moeilijk is, werk je harder.

Hoe ik mijn eerste boek schreef

 Hoe ik mijn eerste boek schreef. Eigenlijk weet ik nog steeds niet waar ik de moed vandaan haalde. Ik had nul ervaring. Ik kende niemand die dat ook wilde. Wat ik wel weet, is dat ik het belangrijkste in huis had: optimisme.

Ik voelde me optimistisch over mijn plan een boek te schrijven

Optimisme is geloven dat het op de een of andere manier in orde komt met dat boek, omdat er zoveel boeken op de wereld zijn en alle boekenschrijvers hebben het ooit voor het eerst gedaan plus, ik had ook leren fietsen en zwemmen.

Dat fietsen en zwemmen is voor 90 procent gelukt. Die tien procent zitten me dwars. Ik zou graag met losse handen willen leren fietsen, maar ik weet niet hoe. Iedereen kan het. Ik niet.  Wat zwemmen betreft, ik kan alleen schoolslag. Borstslag durf ik niet, dan kan ik niet zien waar ik heen zwem en hoe moet je in vredesnaam ademhalen? Duiken vind ik eng. Van die hoge duikplank  alleen afspringen, dat is ook al te moeilijk. Want ik heb hoogtevrees.
Misschien is het voor 70 procent gelukt. Nog veel.

Intussen heb ik wel meer dan dertig boeken geschreven.

Optimisme kan groeien

Dat optimisme over mijn eerste boek kwam ergens vandaan, en ik zorgde ervoor dat het groeide. Want ik begreep wel dat zo’n gevoel een soort Pokon nodig had. Alles wat je aandacht geeft, groeit. Met Pokon dubbel zo hard. Dit deed ik:

  • dagdromen hoe heerlijk het zou zijn als het boek af was en dat ik kon zien dat mijn naam op de voorkant stond
  • in de boekwinkel boeken uitzoeken die ik slecht, stom  en lelijk vond, en dan denken: als dit boek er mag zijn, dan kan ik het ook proberen
  • bedenken hoe ellendig ik me zou voelen als ik mijn droom opgaf alleen omdat ik niet wist hoe iets moest
  • besluiten dat ik advies ging vragen aan andere mensen (en dat deed ik ook)
  • vriendelijk zijn tegen mezelf en zeggen dat ik mocht oefenen en experimenteren en dat er geen fouten waren maar alleen ervaringen waar ik iets van ging leren

Weet u, aan de buitenkant ziet het er altijd zo succesvol uit: “Ik heb een boek geschreven”. Net of het vanzelf gaat. Maar achter de schermen is het hard werken, leren van jezelf en van  anderen en vooral, elke dag weer, vriendelijk zijn voor jezelf. Dan komt het in orde met het boek.