In het kort

In november 2017 begint de online cursus Hoe schrijf ik een boek?
De cursus is voor u wanneer:

  • Levenservaring heeft (hoe ouder u bent, hoe beter)
  • Het verhaal van uw leven en de familie wilt doorgeven aan de kinderen
  • U schrijfuurtjes over heeft
  • Er zin in heeft
  • U bereid bent er plezier aan te beleven

Hoe werkt het?

  • 52 weken lang elke vrijdag een cursusmail, ik help u
  • Prijs: 79 euro; voor negentig jaar en ouder gratis
  • Verder lezen: Volg de cursus

Daarom wilt u hoofdstukken maken

 Hoofdstukken zijn belangrijk. Vooral als u een boek schrijft. Ja, er zijn ook boeken zonder hoofdstukken. Dan heb je een hele grote woordenstroom die over je heen golft. Daar moet je van houden. Ik houd van hoofdstukken.

Wat is het fijne van hoofdstukken? Ze geven structuur. Ze maken het de lezer gemakkelijker. Ze bieden een mooie aanblik. En ze laten zien, dat de auteur over de tekst heeft nagedacht, dus daardoor worden lezers nieuwsgieriger.

Zelfs wanneer u een klein boek schrijft van, nou laten we zeggen zeven pagina’s, dan is het goed daarin kleine hoofdstukken te maken. Dan begint u op een goed moment in het verhaal op een nieuwe pagina. Zet er een nummer en een titel boven en u heeft een hoofdstuk. Doe dat ook bij een boek van 70 of 700 pagina’s. Dit is het belangrijkste:

Elk hoofdstuk begint en eindigt op een goed moment.

En wanneer is dat moment er? Tussen twee onderwerpen in.

Het verhaal dat u vertelt, kapt u gewoon af. Dat einde kan op verschillende manieren:

  • met een enkele zin: “Zo was het op de lagere school.”
  • met een spannende vooruitwijzing: “Ik had geen enkel idee dat school ook een hel kon zijn. Dat zou ik maar al te snel ontdekken.”

Wanneer u een einde heeft, ontstaat vanzelf het begin. Dat gaat op dezelfde manier:

  • met een enkele zin: “De middelbare school lag in het centrum van de stad.” We zijn meteen ter plekke op van alles mee te beleven.
  • met een spanningverwekker: “De lerares Frans verbood ons Nederland te spreken. Daar zaten we.” Dit heb ik zelf mogen meemaken, en ik herinner me nog goed hoe stupéfait ik was, al kende ik dat woord nog niet.  Ik dacht: ‘hoe moet dit verder?” en dat dienen uw lezers dus ook te denken.

De lengte van een hoofdstuk kan verschillen. Daar mag u gemakkelijk over denken. Het is wel mooi als er een soort ritme in zit, bijvoorbeeld:

  • twee lange hoofdstukken, een korte, twee lange – dan kunt u in het korte hoofdstuk iets vertellen of beschrijven wat u elders niet zo goed kwijt kunt
  • lang-kort-lang
  • in het begin lange hoofdstukken, daarna steeds kortere
  • anders

Maar altijd eindigt het hoofdstuk tussen twee onderwerpen in. En daar begint het ook.

 

Is mijn verhaal wel een boek waard?

kleine huis op de prairie   “Is mijn verhaal een boek waard?” Dat is zo ongeveer de vraag die ik de laatste tijd het meeste hoor. Daar zit een andere vraag in: “Ik ben bang dat mijn verhaal niets voorstelt.”

Ik hoor beide vragen. En ik geef geen antwoord, maar ik stel een tegenvraag: “Waar wilt u over schrijven?”  En dan komt er altijd een geweldig antwoord waarvan ik denk: ga alstublieft een boek schrijven.

Hoe weet u of uw verhaal een boek waard is?

Let u eens op de volgende onderwerpen:

  • Een ingrijpende gebeurtenis: droevig of vrolijk, biedt hiermee anderen herkenning en soms ook troost. “Ik ben dus de enige niet.” Dat is heel wat waard, hoor. Een buitengewone ellendige rotscheiding kan anderen weer opmonteren: “Zo erg was het bij mij tenminste niet.”
  • Uw liefde voor een huisdier. Dat is feel good. Daar weet ik alles van.
  • Een voorbije tijd, die haast vergeten is. Misschien bent u boerenknecht geweest in de periode voor de grote technologie toesloeg. Als geen ander kunt u het dagelijks leven beschrijven. Dankzij u blijft die wereld bewaard en toegankelijk.
  • Een gelukkig gezinsleven dat alleen kleine problemen kende die ook nog opgelost werden. Niet interessant? Denk aan Het Kleine Huis op de Prairie, daar keken miljoenen mensen naar. (ik ook) Of aan The Waltons.  (Keek ik ook naar)
  • Uw loopbaan in het leger, leren omgaan met bevelen en ze zelf geven.
  • Uw verblijf in het buitenland: andere culturen kunnen soms heel anders zijn.

Ja, zo kan ik nog wel even doorgaan. Het komt feitelijk op hetzelfde neer: de menselijke ervaring. Die maakt een boek interessant.  Zonder de menselijke ervaring schrijft u saai vergaderproza van opsommingen. Dat is alleen leuk voor vergaderingen.

In uw boek vertelt u dus:

  • over uw ervaringen: wat er gebeurde, wat het met u deed (emoties) en hoe u zich erna voelde (alweer emoties). Elke ervaring verandert mensen. Dat is er ook zo interessant aan.
  • u heeft dus: vooraf – ervaring – erna

Elk interessant boek draait om de menselijke ervaring.

Ik hoop dat u zich nu wat optimistischer voelt. Wanneer u nog twijfelt, mailt u mij dan even.

Waarom u een witregel wilt

waarom u een witregel wilt  Kijkt u eens naar deze foto. Het is een oud handschrift. Krijgt u ook zo’n benauwd gevoel?  Ik wel. Want: er zit geen witregel in.

Een boek is heel veel tekst. Zet u dat gewoon achter elkaar,  dan haalt geen van uw lezers de laatste pagina. Het is te verstikkend, dat ziet u aan de foto al.

Wat u dus doet, is uw tekst indelen. Minimaal in hoofdstukken. In die hoofdstukken kan ook het een en ander gebeuren. Misschien houdt u van paragrafen, die zijn nuttig om grote delen informatie te ordenen. Ik geef even een voorbeeld met werktitels, die vervangt u later door fraaie titels.

 

Hoofdstuk: Mijn eerste schooljaren

paragraaf 1: naar de kleuterschool
paragraaf 2: naar de basisschool
paragraaf 3: verliefd op de juf van de tweede klas
paragraaf 4: afscheid van de school
paragraaf 5: angst voor de middelbare school

Kijk, zo heeft u al een structuur in uw hoofdstuk.  Altijd maken voordat u gaat schrijven. Aanpassen kan altijd.

In elke paragraaf en zelfs op iedere bladzijde kan het gebeuren dat u even niet weet hoe iets moet vertellen:

  • hoe krijgt u een persoon in het verhaal na binnenkomst in de huiskamer, moet u dat helemaal gaan beschrijven?
  • u heeft net het verhaal af van een begrafenis en nu wilde u even wat vrolijks, maar ja hoe?
  • er zijn in uw boek drie jaren waarin geen klap gebeurt, wat moet u daarmee?

Het antwoord op deze en andere vragen is: plaats een witregel.

Een witregel is iets moois. Een lege regel. Geen woorden. Alleen leegte. Een witregel biedt even pauze. In die pauze gebeurt van alles, dat gaan uw lezers daarna begrijpen. Een witregel verlost u van uitleggen. Dat kunt u dan namelijk overslaan.

Voorbeeldje doen?

[wat hiervoor geschiedde: na jaren zoeken heeft Henk eindelijk zijn biologische vader gevonden. Het verhaal beschrijft hoe hij in de stad verdwaalde en eindelijk het goede huis vindt.} Henk belt aan. Een vreemde man met een vertrouwd gezicht doet de deur open.

[witregel]

Ze zitten naast elkaar op de bank. Op hetzelfde moment drinken ze hun koffie.

Dus u ziet: die witregel vervangt dat hele gedoe van Henk die binnen komt, jas uit, gaat zitten, het eerste niksige gesprekje. Het geeft ook spanning, het dwingt doorlezen af. Dat is fijn om te hebben.

Daarom wilt u dus een witregel: even pauze, net wanneer het u uitkomt.