In het kort

In november 2017 begint de online cursus Hoe schrijf ik een boek?
De cursus is voor u wanneer:

  • Levenservaring heeft (hoe ouder u bent, hoe beter)
  • Het verhaal van uw leven en de familie wilt doorgeven aan de kinderen
  • U schrijfuurtjes over heeft
  • Er zin in heeft
  • U bereid bent er plezier aan te beleven

Hoe werkt het?

  • 52 weken lang elke vrijdag een cursusmail, ik help u
  • Prijs: 79 euro; voor negentig jaar en ouder gratis
  • Verder lezen: Volg de cursus

Hoe Oom Muis in het boek komt

hoe Oom Muis in het boek komt “Oom Muis heette nou eenmaal zo, waarom weet ik wel maar hoe leg ik dat uit?”  De vraag in de mail was eigenlijk een andere. Hoe krijg ik mensen in mijn boek? Snap ik.  Het antwoord is eenvoudig.

Eerst heeft u een verhaal. Daarin verschijnen de mensen.

Voorbeeld. U wilt het verhaal van uw familie beschrijven. Schrijf op een kladje waar u wilt beginnen met dat verhaal en met wie u begint (tip: uw ouders).  Schrijf daaronder waar het verhaal ongeveer eindigt. Nu heeft u een begin en een eind. Mooi.  Met een half ons verbeeldingskracht weet u wat er tussen het begin en het einde moet.

Ik denk even mee. Eerste hoofdstuk of het eerste verhaal: de jeugd van uw ouders.  Tweede hoofdstuk: huwelijk en kinderen. Daar verschijnt u.

Derde hoofdstuk. Ooms en tantes. Daar hebben we Oom Muis, op een volstrekt logisch moment in de chronologie. Eerst het een, dan het ander. “Oom Muis was een broer van mijn vader,” zegt u dan. En vervolgens stelt u hem aan de lezers voor. Maar wacht even, niet alles vertellen.

Verdeel informatie over de hoofdstukken

Als u iemand aan de lezers voorstelt, dan vertelt u algemeenheden:

  • uiterlijk
  • leeftijd op dat moment
  • huwelijk, relatie, kinderen
  • opleiding

Daarna geeft u een veelzeggend detail, dat als een haakje in het geheugen van de lezers werkt.

Oom Muis werkte in de stad en ging veel uit. Altijd lachen, altijd het hoogste woord. Hij werd beschouwd als een knappe man. Hij had zo kunnen trouwen, maar hij wilde niet. Liever had hij vriendinnen. Toen hij als kind bij de broeders op kostschool zat, liep hij ’s avonds weg om meisjes te ontmoeten.”

Nu weet iedereen: hij was een ladies man. Komt het haakje.

“Voor zijn generatie was Oom Muis een kleine man, al zijn broeken hadden een kindermaat.”

Ai, dat doet pijn.  Iedereen snapt dat Oom Muis met de meisjes en de vrouwen aan het overcompenseren is. We begrijpen hem. Zo’n detail onthouden we.

En het mooie is: komt er in hoofdstuk zeven van uw familieverhaal een knallende ruzie voor met precies deze oom als veroorzaker, dan heeft hij zomaar een beetje crediet. Want nou ja, een man die kinderkleding aan moet, dat doet wat met hem, dat snapt iedereen. Ik wel, hoor.

Wilt u ook uw familieverhalen opschrijven? Dat kan. Volg mijn cursus

Leren we van het verleden?

leren we van het verleden
mijn overgrootmoeder

Leren we van het verleden? Ik hoop het. Het is een van de redenen waarom ik boeken schrijf.  Bewaren wat er geweest is. Niet het wiel opnieuw uitvinden. Fouten van vroeger vermijden.

Dus toen ik met deze cursussen begon, dacht ik: het is alleen voor mensen met levenservaring. Die hebben een verhaal waar de nieuwe generaties wat aan kunnen hebben.

Aan uw verhaal kunnen de nieuwe generaties wat hebben

Waarom denk ik dat? Nou,  het ligt voor de hand.

  • Wat doe je als het leven tegenzit en er is geen therapie beschikbaar?
  • Hoe maak je vrienden zonder internet?
  • Waar zoek je iets op als er geen computers zijn?
  • Hoe werken normen en waarden in het dagelijks leven?
  • Kun je ook de weg vinden zonder tom-tom?

Vooral de jaren na de oorlog zijn leerzaam. In die tijd zit er nog volop oorlog in de maatschappij, maar alles en iedereen moest opbouwen en meedoen en zijn of haar plaats kennen en zijn of haar kop dichthouden, pardon voor het taalgebruik.

Maar hoe ging dat dan in het werk?

In de wereld voor het internet konden mensen veel meer zelf

Dat is een van de ontdekkingen: mensen konden zonder internet elkaar vinden of iets leren.  Viel de electriciteit uit, dan wisten ze wat ze moesten doen.

En dat soort lessen maakt het verleden leerzaam en leuk voor de generaties na ons. Ik heb het niet over de grote lessen van het type ‘… en daardoor zal er nooit meer oorlog zijn.’  Dat is me te groot. Het gaat me om leren hoe je moet leven.  Hoe je het beste door de dag komt. Hoe je plannen maakt voor een toekomst, en hoe je contacten met anderen zijn. Omgaan met moeilijkheden. Normen en waarden, daar zijn ze weer.

Daarom ben ik zo verslingerd aan levensverhalen. Ik leer er veel van, ook en vooral als het om mijn eigen familie gaat. Toen ik hoorde dat een overgrootmoederin de na-oorlogse tijd een vliegtuigwrak kocht, moest ik daar erg van lachen. Zij had een tuin. Ik niet. Wie weet wat ik anders die dag op Ebay had gekocht.

Wilt u uw levensverhaal opschrijven? Dat kan. Volg mijn cursus.

 

Hoe begin ik een hoofdstuk?

Hoe begin ik een hoofdstuk Een hoofdstuk zit in principe eenvoudig in elkaar. Een begin, een einde en dan gebeurtenissen tussen begin en einde. Vaak zitten mensen lang over dat begin te tobben. Mijn advies: hou het simpel. Doe iets dat werkt. Dat is de techniek: van groot naar klein.

Gebruik de techniek van groot naar klein

Voorbeeld: een hoofdstuk over uw jeugdjaren in Amsterdam.

U beschrijft eerst iets groots:

“In de jaren 1930 woonden we in Amsterdam.”

Dus: het grote is hier de stad Amsterdam. Hier beschrijft u hoe de stad was: druk of niet, armoede, hoe was het toen met toerisme,  had iedereen telefoon, wat voor winkels waren er toen.  Het doel is: iedereen moet de stad van toen kunnen begrijpen. Het kan geen kwaad, hier te vermelden dat er destijds geen internet was en dat iedereen nog postzegels in huis had.  Dat is het mooie van levenservaring, kunnen vertellen dat er vroeger andere vanzelfsprekendheden waren.

Daarna gaat u een stapje omlaag, bijvoorbeeld naar de straat waar u toen woonde:

“Ons gezin woonde in de Gerrit Doustraat.”

Hier beschrijft u de straat. Wat voor huizen stonden er, was het er veilig, werd er veel op straat gespeeld, hing er was buiten, welke geluiden waren er te horen en rook het er misschien speciaal?

Nu weer een stapje omlaag en daar wordt het al klein:

“Wij woonde op nummer 12.”

Kijk, hier is uw ouderlijk huis op een mooie logische wijze in beeld gekomen. U beschrijft het huis zodat een lezer er als het ware in kan rondlopen. Was er een tuin, waren er buren? Hoe waren de kamers ingericht? Hoe wasten de kinderen zich?

Nu kunt u de jeugdervaringen die in dit hoofdstuk horen, gaan noteren. U begint bij uw eerste herinnering:

“Toen ik vier was, zag ik voor het eerst een paard. De groenteboer kwam bij ons aan de deur.”

Al uw lezers denken: wat gebeurde er toen? Dat moet u hebben, die nieuwsgierigheid naar uw verhaal.

Zo kunt u in chronologische volgorde het hoofdstuk opbouwen.  Voordelen:

  • U pakt op een mooie manier het tijdbeeld mee
  • U kunt later gemakkelijk nieuwe herinneringen invoegen
  • U heeft een structuur die voor iedereen te volgen is

Hou het simpel. Moeilijk maken kan altijd nog. 

Wilt u een boek schrijven? Dat kan. Volg mijn cursus.